Dag 56 van 60 · B1 · Schrijven
Gebruik there voor een plaats (over there) en in there is / there are. Their betekent van hen (their car), en they're betekent ze zijn (They're late).
Alle drie klinken hetzelfde, dus leerlingen kiezen er op gehoor een uit. Een spellingscontrole helpt ook niet, want elk woord is correct gespeld; alleen de betekenis laat zien welke juist is.
| ✗ Zeg niet | ✓ Zeg wel |
|---|---|
| Their are three students in the room. | There are three students in the room. |
| The children lost there bags. | The children lost their bags. |
| Their coming at 6 p.m. | They're coming at 6 p.m. |
| I left my phone over their. | I left my phone over there. |
A: Who are your new neighbours?
B: They're students. Their names are Adam and Nora.
A: Is that their car over there?
B: Yes. They're very friendly.
Kies het beste antwoord. De antwoorden staan aan het einde van de les.
Snelle test: als they are past, schrijf dan they're; als je in plaats daarvan here kunt zeggen, schrijf dan there; als iets van hen is, schrijf dan their.
Boek een proefles voor een persoonlijke niveaubepaling en een leerplan.